Waarom er zo weinig gesubsidieerde fietspaden worden aangelegd
Er was eens een gemeentebestuur dat een fietspad wou aanleggen langs een lange, gevaarlijke weg, die langs een school loopt en een deelgemeente rechtstreeks verbindt met het station van de centrumgemeente. “Veilig fietsen combineren met openbaar vervoer,” zo redeneerde het gemeentebestuur, “is een mooie doelstelling om het verkeersinfarct tegen te gaan en om de zwakke weggebruiker een veilig alternatief te bieden.”
Ook de Vlaamse en de provinciale overheid hadden blijkbaar het zelfde idee, want die lanceerden een prachtig project, waarbij de aanleg van fietspaden fors gesubsidieerd werd. Tot tachtig procent van de totale kostprijs. Dat klonk het gemeentebestuur als muziek in de oren, want in krappe financiële tijden scheelt dat een flinke slok op de borrel.
Dus informeerde het gemeentebestuur zich over wat er precies moest gebeuren om op die fantastische belofte van de hogere overheid te kunnen inspelen. Zo moest het tracé van het fietspad zich bevinden op een functionele fietsroute die door de provincie was geselecteerd. Dat bleek reuze mee te vallen, want de weg in kwestie was aangeduid als hoofdroute op het functionele fietsroutenetwerk. “Fijn,” dacht het gemeentebestuur, “dan kunnen we hier snel werk van maken en met beperkte middelen een veilig fietspad aanleggen.”
Toch waren er nog enkele kleine details die het gemeentebestuur volgens de Vlaamse en de provinciale overheid gauw even moest checken. Zo moest worden nagegaan of het gemeentelijke mobiliteitsplan nog up-to-date was. Dat kon gebeuren aan de hand van een ‘sneltoets’. Kostte relatief weinig inspanningen en met een kleine consultatieronde van de gebruikelijke adviesorganen, zou dat op enkele maandjes voor de bakker zijn. Geen probleem. Het gemeentebestuur voerde de sneltoets uit.
Uit die sneltoets bleek dat het mobiliteitsplan toch niet meer zo hyperactueel was en dat het ‘verbreed en verdiept’ moest worden. Welaan dan. Het gemeentebestuur stelde een studiebureau aan, voorzag de nodige € 50.000 (in 2009) en bijkomend € 12.100 (in 2010) op de begroting en zette de hele procedure op gang om het gemeentelijke mobiliteitsplan bij te stellen. Daartoe moest de GBC, de gemeentelijke begeleidingscommissie, samenkomen, moest het advies van de GAMV, de gemeentelijke adviesraad voor mobiliteit en verkeersveiligheid, worden gevraagd en moest een studie worden gemaakt over de mobiliteitsprioriteiten voor de volgende jaren.
Vanuit de Vlaamse en de provinciale administratie werd erop gewezen dat we best de wegencategorisering (een indeling in hoofdwegen, verbindingswegen, lokale wegen, e.d.m.) als prioriteit zouden overwegen, want de weg waarop het gemeentebestuur het fietspad wou aanleggen, moest ‘minstens een lokale
Met een beetje lood in de schoenen begon het gemeentebestuur aan deze omvangrijke mobiliteitsstudie, want dat klonk al heel wat ingewikkelder dan de heldere belofte om fietspaden te subsidiëren als ze deel uitmaakten van een functioneel fietsroutenetwerk. Maar goed, het gemeentebestuur had de sneltoets van het mobiliteitsplan uitgevoerd en was nu toch bezig met de verbreding en verdieping van het mobiliteitsplan, dus deze oefening kon er nog wel bij.
Op de PAC, de provinciale auditcommissie, werden zowel het aangepaste mobiliteitsplan als het fietspadendossier besproken. Daar bleek voor het eerst dat de veelbelovende hogere overheid eigenlijk niet echt geneigd was de lokale plannen van het gemeentebestuur te subsidiëren. Alhoewel de hogere overheid zélf de weg waarlangs het fietspad zou worden aangelegd had gecategoriseerd als hoofdroute (!) op het functionele fietsroutenetwerk, bleek ze toch niet echt happig om die hoofdroute te helpen uitrusten met een behoorlijk fietspad.
De ene overheid zag meer in de aanleg van een non-stopfietsroute langs de spoorweg. Een verdedigbare optie, maar wel gericht op een ander doelpubliek. De andere overheid wou per se een oud dossier over de doortocht van autoverkeer in het centrum van de gemeente afdwingen, wat helemaal buiten de financiële mogelijkheden van het gemeentebestuur lag.
Maar niet getreurd. Het gemeentebestuur stelde, samen met het studiebureau, concrete plannen op om de aanleg van het fietspad in kaart te brengen, voorzag een totaalbedrag van €
Toen de GBC (de gemeentelijke begeleidingscommissie) uiteindelijk samenkwam om het verbrede en verdiepte mobiliteitsplan te bespreken en om het fietspadendossier eindelijk vlot te trekken, bleken de Vlaamse en de provinciale overheid er tijdens het debat werkelijk àlles aan te doen om de categorisering die de gemeente voor de weg in kwestie had voorgesteld, te wijzigen. Nochtans was die categorisering op voorhand informeel met de administratie doorgenomen en waren er geen fundamentele opmerkingen geformuleerd. Toen men uiteindelijk schoorvoetend en voorwaardelijk had ingestemd met het aangepaste mobiliteitsplan – waarbij het gemeentebestuur ook een positief advies gaf over de non-stopfietsroute – kwam dan het concrete fietspadendossier aan de orde. Na meer dan twee jaar was het eindelijk zo ver.
Toen bleek plots dat de hogere overheid niet wou instemmen met de aanleg van fietspaden op het bestaande wegtracé, maar dat de hele weg diende heraangelegd te worden om op alle punten de exacte fietspadbreedte uit het ‘boekje’ (of ‘vademecum’) te halen. De heraanleg van het wegdek was uiteraard niet begrepen in de subsidiëring en zou dus ten laste van de gemeente komen. Dat zou voor de gemeente een supplementaire kost van minstens € 328.000 inhouden. Bij een heraanleg van wegen, worden doorgaans ook de rioleringen vervangen. Die som ligt nog een heel stuk hoger. Totaal onhaalbaar voor een gemeentebestuur dat over beperkte middelen beschikt en dat probeert op alle mogelijke manieren te besparen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen.
Moraal van het verhaal: het fietspad dat het gemeentebestuur graag had aangelegd, komt er de eerstvolgende jaren niet. In de begroting was namelijk gerekend op de beloofde subsidies en nu die er niet komen, kunnen de ontbrekende middelen niet zomaar opgehoest worden.
De beschikbare centjes zijn intussen immers reeds voorzien voor andere projecten en aangezien het gemeentebestuur wél zijn beloftes wil houden, krijgen die nu voorrang.
Het gemeentebestuur had een prachtig plan om met bescheiden middelen een grote kwaliteitsverbetering te realiseren voor het fietsverkeer op een straat die volgens de hogere overheid zélf als fietshoofdroute wordt bestempeld. Door toedoen van de bureaucratie en een stuk eigen agenda van enkele ambtenaren van de hogere overheid, komt dat fietspad er uiteindelijk niet, of toch niet dadelijk.
Dit trieste verhaal illustreert de wurggreep waarin de lokale besturen worden gehouden. In Brussel en in Leuven heeft men de mond vol over het ‘vergroten van de autonomie van de gemeentebesturen’ en over de ‘administratieve vereenvoudiging’. In de realiteit gebeurt net het omgekeerde. De hogere overheden leggen steeds meer en steeds duurdere verplichtingen op aan de lokale overheden en houden steeds minder rekening met de eigen prioriteiten van de gemeente- en stadsbesturen.
Gemachtigde ambtenaren die geen enkele democratische verantwoording verschuldigd zijn, regeren het land en de gemeenten op basis van detaillistische en betuttelende reglementjes. Zij blokkeren of vertragen lokale initiatieven en hebben geen respect voor de eigen verantwoordelijkheid van de lokale bestuurders. Zij zijn er mee verantwoordelijk voor dat de slagvaardigheid en de bestuurskracht van de lokale overheid wordt gefnuikt en dat de inwoners onterecht hoge verwachtingen koesteren. “Fietspaden worden immers toch gesubsidieerd! Waarom doet het gemeentebestuur er dan niets mee?” Nu weet men waarom.
Het gemeentebestuur van Kortenberg roept andere gemeentebesturen actief op om gelijkaardige situaties en blokkeringen te signaleren en er gezamenlijk mee naar buiten te komen, zodat de beleidsverantwoordelijken van de hogere overheid zélf zicht krijgen op wat hun administraties aanrichten in de Vlaamse steden en gemeenten. Kortenberg vraagt zich af of de Vlaamse beleidsvoerders zich wel goed realiseren welke negatieve en ontmoedigende boodschap de door hen gemandateerde ambtenaren op basis van de door hen uitgevaardigde regels naar het lokale bestuursniveau brengen.
Wordt het geen tijd dat men de bestuurskracht van gemeente- en stadsbesturen ook in de feiten erkent en dat men lokale besturen met volle overtuiging ondersteunt om hun eigen prioriteiten te helpen uitvoeren, zodat het beleid dicht bij de mensen aan geloofwaardigheid kan winnen? Zou men er niet best van uitgaan dat lokale bestuurders het best weten waar de noden van hun lokale bevolking liggen en hoe ze er met beperkte middelen het beste kunnen van maken? Zou men niet beter de eigen dynamiek van het lokale bestuur daadwerkelijk ondersteunen in plaats van de betutteling tot absurditeit te verheffen?
Het is een retorische vraag, waarop het antwoord dringend door de hogere overheid moet worden gegeven.
-----------------------------------------------
De sleutel tot het sprookje dat een nachtmerrie werd…
Dit droeve verhaal gaat over de aanleg van een fietspad langsheen de Kwerpsebaan, tussen de kerk van Kwerps en het station van Kortenberg. De aanzet voor de aanleg van het fietspad werd door het schepencollege gegeven in het voorjaar van 2008. Onmiddellijk daarna werd de sneltoets van het mobiliteitsplan opgestart. Die sneltoets werd besproken op de GBC van 19/11/08 en de PAC van 09/12/08. De opdracht voor het aanpassen van het mobiliteitsplan werd gegeven in juni 2008. De GAMV besprak het dossier i.v.m. de aanpassing van het mobiliteitsplan op 08/09/09, 13/10/09, 09/02/10, 12/03/10, 13/04/10, 11/05/10 en 08/06/10. De GBC kwam voor het eerst samen rond het aangepaste mobiliteitsplan en het fietspad op 07/09/09. De PAC waarop mondeling een voorwaardelijk positief werd geformuleerd, dat in de verslaggeving plots een negatief advies werd, vond plaats op 13/10/09. De GBC waarop de onhaalbare eis werd geformuleerd om de hele straat heraan te leggen vond plaats op 8 juli 2010. De kostprijs van het fietspad op de Kwerpsebaan, zoals het gemeentebestuur die had gepland, werd geraamd op € 1.036.551 (totaalbedrag incl BTW), waarvan € 300.145 aandeel van de gemeente. Het aandeel van de gemeente in de kostprijs voor de heraanleg van de hele straat, kan ruwweg geraamd worden op € 640.056 (totaalbedrag incl BTW). Als ook de riolering bij het vernieuwen van de rijbaan ontdubbeld wordt, is een totale meeruitgave van nog eens € 2.120.000 noodzakelijk. Dat kan men echt geen ernstig antwoord meer noemen op de eenvoudige vraag om de heraanleg van een fietspad te willen subsidiëren …
P.S.: Het Kortenbergse schepencollege richtte zowel aan de Vlaamse (minister Crevits) als aan de provinciale overheid (gedeputeerde Dekeyser) een brief met een aantal zeer concrete vragen over het ongelukkige verloop van het subsidiedossier. Deze brief gaat als bijlage.
Contactpersonen:
Burgemeester Chris Taes, bevoegd voor communicatie en mobiliteit (0487/33.18.53)
Schepen van Openbare Werken Erwin Willems (0487/33.18.54)